VUKOVAR, een put in de Balkan                                           en op de VPRO radio    Archief dinsdag 16 oktober 2001
 

Ook in Kroatie werd een minuut stilte gehouden na de aanslag op New York. Maar in de voetbalstadions verscheurden de fans van Hajduk Split en Dynamo Zagreb het ritueel met hun "VUKOVAR, VUKOVAR, VUKOVAR!!" Vukovar is voor de meeste Kroaten een traumatisch symbool. De verwoesting en de val van deze fraaie stad  in de herfst van 1991 waren het dieptepunt in de recente geschiedenis van het jonge land. Maar het maanden lange verzet van de stad en haar vrijwillige verdedigers dwong ook de status van heldenstad af. En slachtofferstad natuurlijk. Slachtoffer van de groot-Servische agressie, maar ook van Kroatische onmacht. Of zelfs van verraad. De tienduizenden bannelingen die door het hele land in hotels werden ondergebracht stelden de tolerantie van velen zwaar op de proef. Ze reden toch wel verdacht vaak in dure Mercedessen en gloednieuwe BMW's rond. Dat ze verder weinig meer hadden ontsnapte wel eens aan de aandacht. En vormden ze niet heel snel maffia achtige bendes die zich met afpersing en vage handel bezig hield? Vukovar is ver weg, weinig Kroaten gaan er voor hun plezier op bezoek. Maar op onbewaakte ogenblikken speelt de open wonde Vukovar weer op, als een slapende vulkaan. Het gebaar van de hooligans wordt gewaardeerd in Vukovar: even wordt de wereld eraan herinnerd dat Vukovar aan haar noodlot werd overgelaten.

In de zomer van 1995 profiteerde Kroatie van de kerende kansen in de Bosnische oorlog en nam stormenderhand bezit van de "Servische Republiek Krajina", de door radicale serviers bezette gebieden van Kroatie. Maar Vukovar werd niet bevrijd. Bij het akkoord van Dayton in november 1995 werd afgesproken dat Oost Slavonie, het gebied rond Vukovar, geleidelijk en onder internationale begeleiding onder Kroatisch bestuur zou terugkeren. En dat gebeurde pas in 1998. Veel Vukovaren zagen eindelijk hun droom in vervulling gaan: terug naar huis. Maar dat viel niet mee. De stad lag voor negentig procent in puin, alle bewoners en terugkeerders zijn in meer of mindere mate getraumatiseerd. Serviers en Kroaten en zigeuners en Hongaren en al die andere groepen die zich in de loop der tijd in deze welvarende streek en stad hadden gevestigd. En die moeten ook weer naast elkaar gaan leven, in een economie die vrijwel volledig plat ligt. Het is een raadsel dat er vrijwel geen gewelddadige incidenten zijn geweest in de stad de afgelopen drie jaar. Al ligt dat in de dorpen eromheen wel even anders. Daar wil nog wel eens een jachtgeweer op een gehate buurman leeggeschoten worden.

Zjeljko Corak zegt dat hij zijn wapens in de Donau heeft gegooid. Hij is oorlogsveteraan en vader van drie jonge kinderen. De oorlog begon zo'n beetje in zijn eigen cafe "Black and White", even buiten Vukavar aan de weg die bekend is geworden als het massagraf van de Servische tanks. Wel tweehonderd stuks hebben Zjeljko en zijn maten hier uitgeschakeld. In zijn cafe ontmoetten Serviers en Kroaten elkaar in het begin van de schermutselingen nog overdag, om vervolgens 's nachts op elkaar te gaan schieten. Toen het menens werd was hier het verzamelpunt van de brigade, compleet met wapenkamer en veldhospitaal. Maar na 1995 vond hij een afgebrand huis terug, de puinhoop overwoekerd door groen, met daartussen mijnen. Op een video heeft hij gezien hoe zijn buurman van drie huizen verder het zaakje in brand stak. En die buurman komt dagelijks voorbij rijden op zijn tractor. Zjeljko heeft zich maar een keer laten gaan. En sindsdien durft de buurman hem niet meer aan te kijken.
Het cafe heeft hij  weer opgebouwd, maar het heet nu een vriendenclub van veteranen (belastingvrij). Voor Zjeljko zal de oorlog nooit afgelopen zijn. Als het onweert verstopt hij zijn kinderen onder het bed.
Hij neemt je al snel mee achterom naar de kelder onder het cafe. "This is the place for my soul", zegt hij in zelfverzekerd engels. Hier vindt Zjeljko rust en vrede in zijn hoofd. Door naar de muren te staren of met zijn oorlogsvrienden herinneringen op te halen die verder niemand meer wil horen. Het is een kruising tussen een intieme bistro en een jongenshol, vol met nationale relikwieen: foto's van volkszangers, een losse kogelhuls en een portret van Ante Pavelic, de leider van de fascistische Ustasha-regering in de Tweede Wereldoorlog. Is dit nou een waardevolle vorm van therapeutische verwerking op eigen kracht of ligt hier een kiem voor de volgende oorlog? Niemand weet beter dan Zjeljko wat oorlog met je kan doen. Maar helemaal gerust durf je er niet op te zijn.

In de waterputten in de dorpen rond Vukovar ligt tien jaar puin en afval opgehoopt. Puin, afval, maar ook wapens, explosieven en uitwerpselen. Al drie jaar is een speciaal team van het Rode Kruis bezig om alle putten te inspecteren en waar mogelijk te reinigen, een smerig en riskant karwei. Eind september werd in een van die putten het lijk van een 37-jarige vrouw uit Vukovar gevonden. En opnieuw lag de wond open. Er zijn nu 600 van de 6000 putten geinspecteerd. hebben gelegen. En Vukovar telt nog 668 vermisten. Zo'n 700 lijken zijn  tot nu toe geidentificeerd.
Intussen is professor Djurman sinds kort weer begonnen met zijn archeologische opgravingen in Vucedol, een paar kilometer stroomafwaarts. Hier ligt een stapel oeroude beschavingen op herontdekking te wachten . Hier hadden de huizen in 3000 voor Christus al waterputten. Maar tot nog toe zijn daar alleen skeletten van honden en kalveren in aangetroffen. Djurman droomt ervan Troje naar de kroon te steken. Een "major investment", inderdaad. Maar er moet toch een Europse computergigant zijn die brood ziet in sponsoring van deze cultuur-historische goudmijn?

Zlatko Modalek is leraar Engels en heeft zich laten overhalen om aktief te worden in een regionale partij. Hij zet zich van harte af tegen de gevestigde politici, die stuk voor stuk in Zagreb of Belgrado wonen. Die hebben dus geen hart voor de stad. "We hebben hier alleen schone lucht in weekend, als die politici naar huis zijn. Zelf kwam als een van de weinige Kroaten al snel na de val van Vukovar terug naar zijn stad. Hij werd een paar keer gearresteerd door Serviers, maar ook steeds weer vrijgelaten, door andere Serviers. Volgens Modalek is Vukovar dubbel geslachtofferd: door de Kroatische president Franjo Tudjman ide kort na het dramja van Vukovar de erkenning van de onafhankelijke staat Kroatie in de wacht wist te slepen. En ook door Servie, dat een keer moest laten zien hoe sterk ze waren, na hun smadelijke aftocht uit Slowenie en tweederde van Kroatie. "Ze hadden Vukovar makkelijk kunnen bezetten, maar ze wilden de stad bewust verwoesten. Pure intimidatie."

Kroaten en Serviers leven langs elkaar heen, als de twee oevers van een rivier. Ze hebben hun eigen cafees, hun eigen dokters, voetbalclub en kerk(hof). En ze willen hun eigen scholen. In het ziekenhuis zijn ze tot elkaar verooordeeld. En bij techno parties geeft ethniciteit ook niet meer de doorslag. Alleen hier komen jongeren van alle herkomsten massaal opaf.
En de Donau, die is ook van iedereen. Al wordt er weinig op gevaren en zelden in gezwommen. Er heerst een muggenplaag, want er is tien jaar niet verdelgd. Aan de overkant ligt Servie en een onherbergzaam moerasachtig land, waar geen leven meer te bekennen is. Nooit is hier een brug geweest. De rivier is hier meer een muur.

Andja Maric is de baas van VU-Projekt, de instelling die de wederopbouw van Vukovar coordineert. Het grootste probleem is volgens haar dat je niet volgens de wettelijke regels kunt bouwen, omdat de kadastrale registratie hopeloos achterop is geraakt. Zij wil de wet volgen, en dus kan ze niks laten bouwen. En alles wat toch gebouwd is, door particulieren of buitenlandse hulpgevers, is eigenlijk illegaal. Kortom: het wilde bouwen gaat gelijk op met het woekeren der burokratie. En de muggen blijven aan de macht.
 

Jo van der Spek

gepubliceerd in De Groene Amsterdammer van 1 decmeber 2001